fotograaf

voor kunst en cultuur

Portret van George Wiegel - door fotograaf en interviewer Karen van Gilst - voor #datisdekunst

"Emoties triggeren #datisdekunst"

Interview met George Wiegel

George Wiegel is algemeen directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest sinds mei 2015. Het orkest waar hij zelf 12 jaar trombone heeft gespeeld. Volg het Orkest op Youtube, Instagram, Facebook. Schrijf je hier in voor hun nieuwsbrief.

Wat zijn de positieve ervaringen van de afgelopen maanden?

Doordat er een hoop dingen niet uitgevoerd hebben kunnen worden hebben we versneld kunnen improviseren. We hebben verder weg kunnen stappen uit de normale gang van zaken.
Denk bijvoorbeeld aan de uitvoering van een hele Beethoven serie met kamermuziek. Normaal gesproken kunnen we dat niet aanpakken omdat we er geen tijd voor hebben. Of bijvoorbeeld een concert met YMP. Iets dergelijks ingepast krijgen kost normaliter jaren van plannen en voorbereiden.

Dan is er nog het feit dat we alles op video moesten gaan zetten, omdat je anders niet bij de mensen komt. Ook dat geeft weer een nieuwe impuls. Hoe zou dat gaan werken? Er zit een hoop creativiteit achter het vinden van werkbare oplossingen.

Het publiek terug in de grote zaal van de Doelen op 1,5 meter (of meer!) afstand.

Het publiek terug in de grote zaal van de Doelen op 1,5 meter (of meer!) afstand.

Met een mondkapje op mag de Doelen weer bezocht worden door het publiek (april 2021).

Met een mondkapje op mag de Doelen weer bezocht worden door het publiek (april 2021).

“Er zit een hoop creativiteit achter het vinden van werkbare oplossingen.”

Dit is ook een moment van reflectie. Willen we wel weer terug naar hoe het ging voor de coronacrisis? Dat op zich is al positief. We zien dit echt als een moment waarop je veel kunt leren en experimenteren, waarin je moet kijken hoe je communiceert met mensen. Is er iets wat we kunnen leren van andere communicatie platformen? Wat doet beeld? Wat doet beeld al je geluid toevoegt? En, wat doet dat voor ons? Komen we er verder mee?

Wat zijn jullie bevindingen op het gebied van video?

Je kunt niet alles één op één vanuit de concertzaal verplaatsen naar online. Neem bijvoorbeeld de fysieke afwezigheid van het publiek. Als zij er niet zijn, wat is de rol van een concertzaal dan? En hoe verhoudt zich dit tot wat het publiek van ons verwacht online?

Concertzalen zijn niet gemaakt vanuit het idee om mooie fotogenieke beelden te creëren. Het is daar allemaal redelijk bevroren. Als je niet oppast heb je na 3 concerten 3 keer dezelfde beelden. De meest interessante en actuele vraag is misschien nog wel hoe de visuele prikkel zich verhoudt tot luisteren.

Tegenwoordig willen mensen visueel steeds meer gestimuleerd worden. Vroeger was luisteren genoeg. Sinds de uitvinding van de televisie is dat natuurlijk heel erg aan het veranderen. Een andere vraag is: waar moet de hoofdkwaliteit liggen? Is dat het beeld of het geluid? Of komen er nieuwe combinaties? Je ziet soms vreselijke dingen voorbij komen waarvan je de kwaliteit ernstig ter discussie kan stellen, maar die blijken dan toch ongelofelijk populair te zijn.

Hebben jullie wel het idee dat jullie je weg hebben kunnen vinden?

Zoals met alles waar je naar op zoek bent: soms heb je het idee dat je alles alleen maar overhoop hebt gehaald zonder iets gevonden te hebben. Als je thuis iets kwijt bent moet je deels nadenken waar het zou kunnen liggen en deels maar gewoon de handen uit de mouwen steken en alles van zijn plaats halen. Beide dingen doen we en dat geeft natuurlijk reuring maar ook veel positieve energie. Laten we eens kijken wat er kan. Laten we het eens proberen! Creativiteit neemt toch altijd weer die hobbels.

Publiek in de foyer van de Doelen.

Publiek in de foyer van de Doelen voorafgaand aan een concert (april 20201 tijdens een test event).

Dit proces van zoeken en trachten te vinden, duiden van wat dat betekent, zal nog wel een tijd lopen. Hierdoor ontstaan nu een hele hoop dingen die we ons helemaal niet hadden kunnen voorstellen. Had jij bijvoorbeeld ooit gedacht dat je van te voren zou moeten nadenken of je ergens 10 of 20 minuten zou willen winkelen? En waar dan precies? Een hele hoop dingen worden uit hun comfortzone getrokken en daar leren we veel van.

“Laten we eens kijken wat er kan. Laten we het eens proberen! Creativiteit neemt toch altijd weer die hobbels.”

Aan de andere kant is het interessant om uit te zoeken welke rol spontaniteit speelt bij het bezoeken van een theater of museum. Is dat nu juist een belangrijke factor of niet? Zo verkopen wij abonnementen, die zijn alles behalve spontaan. Echter, wat we nu zien is dat mensen allemaal hap snap keuzes maken. Dat is een heel ander mechanisme. Wat levert dat straks op tussen de verhouding met je publiek? Wat verwachten zij en wat lever je? Dat is een hele spannende vraag.

Zijn er nog meer veranderingen in gang gezet de afgelopen paar maanden?

Zeker, voor maart 2020 zaten we bijvoorbeeld met heel veel mensen op de kantoorvloer. Op dit moment is er bijna niemand. We doen alles vanuit huis. Niemand had gedacht dat dat kon, maar op dit moment bewijst de hele wereld anders.

Voor ons heeft dat ook een ander effect. Wat gaat het bijvoorbeeld betekenen als mensen niet meer ‘an masse’ naar de stad komen om te werken? Heeft dat effect op het uitgaan? Gaan we straks alleen nog naar grote events of missen we de kleinere dan toch? We weten het nog niet.

Wat we wel weten is dat online niet alle hiaten invult. We horen van veel mensen dat ze het uitgaan (concerten/theater red.) missen. Tegelijkertijd speelt de vraag of de mensen ook echt weer gaan komen zodra het mag. Heeft het lange sluiten van de zalen de behoefte verstevigd of vullen mensen het uitgaan straks toch op een andere manier in?

“Samenspelen als orkest van 100 mand op 150 vierkante meter is een soort Rolex achtig uurwerkje wat nauw in elkaar grijpt.”

We hebben ook met andere technische vraagstukken te maken gehad. Met 1,5 meter tussen de orkestleden past het voltallige orkest niet op het podium. Dat betekent dat we een groot deel van ons repertoire op dit moment niet uit kunnen voeren. Het repertoire waar wij juist heel erg beroemd om zijn. Dat trekt ons uit onze kracht zou je kunnen zeggen. Daarom moesten we een kracht ontwikkelen in wat we wel konden doen.

Video opnames in de nieuwe RTM Stage van Ahoy, gefotografeerd vanaf de zaalluchtbrug.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest in samenwerking met het Groot Omroepkoor op 1,5 meter.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest in samenwerking met het Groot Omroepkoor op 1,5 meter.

Samenspelen als orkest van 100 man op 150 vierkante meter is een soort Rolex achter uurwerkje wat nauw in elkaar grijpt. Zet daar meer ruimte tussen en je hebt een andere vorm van communicatie. Het creëert ook een andere klank want er is in een keer veel meer onafgedekte ruimte. Op dit moment is ook het publiek afwezig in de zaal. Dat betekent dat de inspiratiebron van ‘ik speel voor jou’ niet niet aanwezig is. Muzikanten moeten zich nu voorstellen dat ze spelen alsof jij er zou zijn. Dat is iets heel anders. Ze kunnen niet voelen of je zit te slapen, geïnteresseerd of enthousiast bent. Die wisselwerking van spanning, de invloed van het publiek op de spelers, is gigantisch. Zonder publiek is de spanning weg. En, hoe langer het duurt hoe moeilijker het wordt om je dat als muzikant goed in te kunnen beelden. Daar zit een uitdaging.

Ook raken we uit onze routine. We spelen normaalgesproken een programma 3 a 4 keer in één week. We werken er aan tot het klaar is en krijgen verdieping door het te spelen voor publiek in de 2e uitvoering, 3e en eventueel 4e uitvoering. Er is nog een ontwikkel curve vanaf het moment dat het klaar is. Met iedere uitvoering begrijpt iedereen elkaar nog beter en voelen we elkaar nog beter aan. Daardoor is een uitvoering ook nooit hetzelfde. Dat gebeurt nu niet. Met een video opname staat alles er in een keer goed op en dan zijn we klaar. De verdieping is weg. We hebben iets wat normaal niet statisch is, statisch gemaakt. Daarentegen kun je wel veel meer mensen bereiken met een video. Je verliest wat en je wint wat.

Kun je wat u betreft zeggen dat de 4e uitvoering wellicht het beste is?

Nee dat is niet perse zo. Soms is juist de eerste het mooiste omdat die zo spontaan en fris is maar is de laatste wel meer uitgewerkt. Persoonlijk vind ik dat je ze allemaal moet horen omdat die ontwikkeling heel interessant is.

Nu weet ik dat jullie ook aardig wat hebben opgenomen in Ahoy. Is dat met name omdat het orkest dan met een grotere bezetting kan samenspelen of zit daar ook een andere beweegreden achter?

Het opent meer deuren. Zo moet je videocrew bijvoorbeeld ook voldoen aan die 1,5 meter regel. Ook zij mogen niet te dichtbij komen. Dat willen we ook niet. In De Doelen is er geen extra ruimte over voor camera’s als het orkest op het podium zit. Ga je naar Ahoy dan heb je ongelofelijk veel vierkante meters extra. Daar is ook ruimte om te werken met licht, belichting en enscenering.

Met meer ruimte kunnen we ook meer musici kwijt, of bijvoorbeeld werken met zangers. Dat is hier in de zaal van de Doelen op dit moment ook lastig. Zangers moeten dan een bepaalde kant op zingen.

Om het risico op verspreiding van Covid-19 te reduceren hebben jullie naast het zoeken van meer ruimte ook geëxperimenteerd met bijvoorbeeld schotjes en een ronde opstelling voor het orkest. Wat heeft tot nu toe de voorkeur?

Op zich is samenspeel technisch de ronde opstelling het mooiste, met de dirigent in het midden. De afstanden tot elkaar zijn al groot in een normale opstelling maar door de 1,5 meter regel is dat nu nog veel groter geworden. Afstand zorgt voor reactie vertraging en een groter vloeroppervlakte. Een groter vloeroppervlakte reflecteert meer geluid wat meer verandering van dat geluid betekent. Tenzij je er een heel dik tapij op legt.

“Individu is in een klap veel belangrijker geworden.”

De ruimte die nu door de maatregel wordt gecreëerd zorgt dat onze klank heel open en transparant geworden is. Ieder instrument klinkt toch ook een beetje anders. Individu is in een klap veel belangrijker geworden. Je kunt veel minder goed aanvoelen en horen wat je collega doet. Nu vinden ze elkaar wel weer, daar zijn ze op getraind, maar kun je jezelf als muzikant nog wel herkennen? Heb je nog het gevoel dat jij dat bent? Dat verandert ook steeds.

Het orkest in de ronde opstelling met dirigent Lahav Shani (op de vleugel) in het midden.

Het orkest in de ronde opstelling met dirigent Lahav Shani (op de vleugel) in het midden.

Die afstanden binnen het orkest proberen we dus zo klein mogelijk te houden. Met een ronde opstelling kun je die afstand bijvoorbeeld weer terugbrengen naar beheersbare proporties. Toch heeft een dergelijke opstelling ook nadelen: Zo kun je een vleugel met de klep open niet in het midden zetten want dan zien de orkestleden elkaar niet meer. Het is dus heel erg zoeken. De situatie van de afgelopen maanden heeft ons zelfs laten nadenken of we wel moeten zitten zoals we altijd hebben gezeten. Vinden we de oude opstelling nog wel prettig? Zo dicht op elkaar? Wat heeft nu de voorkeur en waarom?

We kunnen ook bij onszelf te rade gaan of onze concertzalen eigenlijk nog wel deugen. Die zijn natuurlijk gebouwd met de aanname dat het publiek de gezichten van de orkest leden willen zien en tegen de rug van de dirigent aan kijken. Maar wat nu als we dat nu niet meer willen? Hoe moet het dan? Daarmee kun je bijvoorbeeld in Ahoy experimenteren. Als je kijkt naar de opstelling die we hanteerden bij de kerst musical show dan zag je dat het orkest rondom een catwalk zat waarbij de artiesten bijna het orkest in konden lopen. Toch stonden ze veel hoger zodat we ze van verderaf nog duidelijk in beeld konden brengen en het geheel aan konden kleden.

Begrijp ik het goed dat het spelen op 1,5 meter afstand, in andere zalen dan de Doelen, nu extra lastig is geworden?

Op het moment dat je ver uit elkaar zit en niet weet hoe een zaal reageert, is het veel lastiger. Dan heb je eigenlijk veel meer gewenningstijd nodig aan de akoestische realiteit van de ruimte.
Maar in principe zijn we het gewend. We spelen over heel de wereld in allerlei zalen. Zalen waar we met regelmaat komen maar ook zalen waar we nog nooit zijn geweest.

“Je zou het moeten zien alsof je tegen een voetbalelftal zegt dat het vanwege Corona veiliger is om te spelen op een voetbalveld wat twee keer zo groot is.”

Je zou het moeten zien alsof je tegen een voetbalelftal zegt dat het vanwege Corona veiliger is om te spelen op een voetbalveld wat twee keer zo groot is. Hoe gaan ze elkaar vinden? Aan de huidige afstanden zijn ze helemaal gewend. Ze weten precies hoe ze moeten spelen. Hoe hard ze moeten lopen om iemand tegen te houden of net sneller te zijn dan die ander. Zet die strepen maar een paar meter verder en het wordt een andere wedstrijd. Dat is in feite wat er bij ons is gebeurd. Het is een ander veld geworden. Plus, een deel van ons team mag niet meedoen. Goed. Het is de realiteit, dus we hebben het er mee te doen.

Wat is volgens u de kracht van kunst?

Wij zijn er van overtuigd dat een concert nergens beter klinkt dan als je bij een uitvoering aanwezig bent in een concertzaal. Er is geen opname die aan die kwaliteit kan voldoen. Uiteindelijk denk ik dat de grote kracht van akoestische muziek is dat het jou veel genuanceerder kan raken in je emoties.

Dat is eigenlijk wat we doen. We spelen het muziekstuk en wat dat muziekstuk doet is allerlei emoties bij je triggeren. Die zijn voor iedereen verschillend maar dát het iedereen iets doet weten we zeker. Van het luisteren naar een opname weten we dat dat niet altijd het geval is. De impact daarvan is anders.

Er zit ergens een stukje ongrijpbaar aanwezigheid van de muziek in die ruimte. Ook de wisselwering tussen publiek en musici heeft invloed op de muziek en jouw ervaring. De musici voelen dat ze het voor jou uitvoeren, degene die in de zaal zitten. Het creëren van verwachtingen over en weer is een heel belangrijk aspect van podiumkunsten. Er is ook een spanningselement: als er een muzikant zit te slapen gaat het niet goed. Die wisselwerking en het unieke van die ervaring, dat je erbij bent, dat het voor jou wordt gespeeld, op dat moment, dat voelt niet ingeblikt. Het is nu, in dit moment, en dat doet iets. Het feit dat onze musici hun ziel en zaligheid in de noten stoppen die ze spelen om jou te bereiken, dat is iets wat alleen maar daar is.

Publiek in de grote zaal van de Doelen.

Publiek in de grote zaal van de Doelen.

Ik denk dat het die ervaring is wat een podium ervaring tot iets unieks maakt. Al spelen we hetzelfde stuk 100 keer. Het is geen 2 keer hetzelfde. Die ervaring is onvervangbaar zal ook zo blijven. Het is de kwaliteit van wat we doen.

“We spelen het muziekstuk en wat dat muziekstuk doet is allerlei emoties bij je triggeren.”

Een videoregistratie is bijna een plattere vertaling. Een waarmee we wellicht wel sneller meer mensen bereiken maar minder zeldzame momenten creëren. Het feit dat je in een concertzaal zit, dat je erbij bent, dat je in het nu moet blijven, niet even koffie kan gaan zetten, en er niemand is die je even komt storen. Dat je een uur of langer ongestraft in die zaal mag zijn en bezig mag zijn wat er daar gebeurd, en met jezelf. Wanneer mag je nu nog een uur jezelf zijn? In een concertzaal is daar nog heel veel ruimte voor.